Blauwe clipboards

Daar staan ze dan. Gewapend met helsblauwe clipboards en lang, blond, golvend haar. Klaar om mensen het leven zuur te maken, wat ze stiekem ook heel vervelend vinden. Dat kan ik alleen maar hopen. Veel zin lijken ze er niet in te hebben. Misschien nog een beetje brak van een zwoele augustusnacht? Misschien gewoon dagdromend, hopend op een betere toekomst wanneer ze na een vierjarige opleiding met een papiertje ‘de grote mensen wereld’ ingaan? Lusteloos krioelen ze rond. Een duidelijke positie innemen op dit kruispunt, midden op een drukke winkelstraat in het centrum van Utrecht is ook nog erg lastig. Twee van de drie blonde clipboard houdsters staan naast elkaar, net dicht genoeg bij elkaar om te kletsen maar ver genoeg om één persoon erdoor te laten. Het resultaat is dat kleffe stelletjes, moeders met dochters en kameraden kort hun moment samen moeten onderbreken om de dames te omzeilen. En maar hopen dat oogcontact uitblijft. Een dame loopt alleen langs, een makkelijk prooi. Het blonde meisje met een knotje loopt op haar af met voorzichtige stappen. Ze weet het antwoord al, de dame die alleen loopt ook. Erg doortastend is knotje dan ook niet. Een ‘nee, bedankt’ of ‘nee, sorry, heb haast’ is al vaak genoeg. Samen lopen ze rond op het kruispunt, midden op een drukke winkelstraat in het centrum van Utrecht. Nog een uurtje, dan haastig boodschappen doen en het weekend vieren. 

Man voor de Febo

Met een lepeltje schept hij voorzichtig kleine hapjes uit het bakje met softijs. Het houten bankje voor de Febo leent zich perfect voor het ‘’alleen-door-de-stad-slenteren-en-mensen-kijken-gedrag’’. Je moet goed kijken om het te zien, maar hij heeft donkerblauwe sandalen met precies dezelfde tint donkerblauwe sokken aan. Want dat zit gewoon lekker. En hij heeft waarschijnlijk geen 20-jarige neefjes of nichtjes om hem kleding- en schoeiseladvies te geven. Wel heeft hij een televisie waar hij vanochtend het nieuws op keek. Tijdens het weerbericht waarschuwde de weerman (die ene die eerst een snor had en nu niet meer) voor de gevaren van de nu nog helder blauwe lucht. Vanmiddag werd de kans op een bui groter. Daarom heeft hij niet alleen een donkerblauwe polo met wat kleurige horizontale streepjes  aangetrokken, maar ook een donkerblauwe bodywarmer. Voor het geval dat. Na tien minuten rondkijken vanaf het houten bankje voor de Febo drukt hij zijn bril zonder montuur stevig op zijn neus en kijkt hij op zijn horloge. Gretig neemt hij nog een paar happen uit het bakje softijs, staat op en loopt happend weg. Gauw naar huis, de vissen hebben nog geen eten gehad vandaag en het aquarium moet nog schoon gemaakt worden. Daarna zal hij genieten van een gekookte aardappel met een willekeurig stukje vlees en groente. Met jus uiteraard. Intussen kijk ik naar een leeg houten bankje voor de Febo. Ik besluit verder te gaan met mijn dag. 

NA-APERIJ IN DE MODE: ZONDE OF ZEGEN?

Veel ontwerpen van grote modehuizen als Chanel, Balmain en Dior laten vrouwenharten sneller kloppen. De mooiste stoffen, de beste silhouetten en vaak onthuld tijdens de grootste shows op verschillende fashion weeks over de hele wereld. Het ademt exclusiviteit, het voelt speciaal en, laten we eerlijk wezen, het schreeuwt grote prijzen. Gewone dames die hun dagen vullen met fietsen, spetterende kookpraktijken en iets minder dikke loonstroken dromen van deze exclusiviteit en willen het gewoon in hun kast hebben hangen. Grote betaalbare ketens als H&M en ZARA maken er dan ook een sport van ontwerpen van de catwalk zo snel mogelijk te vertalen naar goedkopere kopieën voor de grote groep die geen echte Chanel en Dior kunnen betalen. Is dit een do of een dikke don’t?

Olivier Rousteing, creative director van Balmain, liet afgelopen week weten dit vooral te zien als een compliment. ‘Ik vind het geweldig dat in een Zara-etalage ontwerpen van mij worden gecombineerd met kopieën van andere modehuizen. Het is soms beter dan wat ik maak!’ Zo’n statement uit de luxe modewereld is vrij uniek. Niet iedereen is natuurlijk blij met goedkope kopieën van hun werk. Hij haalt dan ook, ter onderbouwing, een uitspraak van Coco Chanel erbij, die ooit zei dat als je origineel bent, je moet accepteren dat je gekopieerd wordt. Een realistische visie op hoe de modewereld (en eigenlijk de rest van de wereld) werkt, zou je kunnen zeggen. Maar moet de creative director wel zo snel goedkopere kopieën de hemel in prijzen? Filosoof Walter Benjamin heeft een andere idee over deze reproduceerbaarheid.

In 1936 verschijnt voor het eerst het essay ‘Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid’. In dit essay pleit Benjamin dat de ‘aura’ van het unieke kunstwerk verloren gaat door het eindeloze reproduceren door middel van technische ontwikkelingen (in die tijd doelde hij op film en fotografie). Het begrip aura is essentieel in het essay van Walter Benjamin en doelt op een aantal elementen die een kunstwerk uniek maken, zoals zijn onherhaalbare plaats in het ‘hier en nu’ en in een grotere historische traditie. Zo kunnen we de unieke ontwerpen van bijvoorbeeld Chanel of Dior omschrijven als werken die alleen staan in hun uniqueness door verbintenissen aan plaats, tijd en ook visie. Reproducties maken, volgens Benjamin, schade aan deze uniekheid door er iets vluchtigs, herhaalbaars en kunstmatigs aan toe te voegen.

Begrijp me niet verkeerd. Als ik een mooie jurk langs zie komen op de catwalk die duizenden euro’s kost, ben ik blij als er een goedkopere variant verkrijgbaar is bij ZARA of H&M. Maar of we alle bijzondere ontwerpen, die vaak een deel zijn van de tijdsgeest van dat moment, maar klakkeloos moeten laten kopiëren en na willen laten maken in slechte fabrieken in Bangladesh is een tweede. Soms is het misschien goed om onze lusten te bedwingen en de prachtige (en peperdure) kunstwerken laten voor wat ze zijn: een hemel op aarde die we moeten aanbidden in volledige degelijkheid. Bekeer uzelf tot een sereen persoon die de gevaren van grote ketens kan weerstaan. Want die jurk van vorig jaar is toch ook nog best leuk?!

EEN PRAGMATISCH SPROOKJE

Wat betekent kleding? Moeten we het zien als een hoognodige deken om onze naakte lichamen mee te bedekken zodat we niet altijd rondlopen zoals in die rare dating show? Of geloof jij, net als ik, in mode als een grote kunstvorm waarbij je esthetische visie wordt getoond door de kunstwerken die je draagt? En zijn deze tegenpolen dan verschillend door de mate van draagbaarheid en ‘’functionaliteit’’? Hoewel de echte haute couture kunstwerken niet worden gezien als handig of draagbaar, sommige ontwerpers proberen de hardwerkende vrouw, die droomt van wolken van tule, regen van pailletten en zonnestralen van geluk, tegemoet te komen. Zo ook mijn held, Giambattista Valli.

Het moment dat mijn ogen deze jurk en deze couture collectie voor de herfst van 2014 aanschouwden was een moment van bliksem en donder. Mijn doel in het leven werd op dat moment bepaald. Veel werken. Geen vakanties. Geen spontane shopsessies met BF bij H&M en al die andere twintig-in-een-dozijn niemandslanden. Ik zal binnen vijf jaar genoeg op mijn spaarrekening hebben staan om de roze Giambattista Valli jurk van herfst 2014 te kopen. En als ik nog geld over heb misschien zelfs de hemelsblauwe versie, zodat ik het af kan wisselen. Mijn leven zal compleet zijn, mijn leven zal geweldig zijn. Mijn leven zal bestaan uit roze wolken van zachte prinsessen stofjes waar ik hele dagen in rond kan huppelen. Beter wordt het niet. 

Toch brengt deze collectie meer met zich mee dan alleen maar mijn persoonlijke kleding orgasmes. Zoals alle kunstzinnige uitingen beschreven kunnen worden als een expressie van de tijd waarin ze gemaakt zijn heeft ook ontwerper Giambattista Valli een veelzeggende collectie gemaakt. Een weerspiegeling van een gevoelsstructuur in onze samenleving. De Italiaan, ook wel de Valentino van zijn generatie genoemd, staat bekend om zijn über vrouwelijke ‘New Look’ silhouetten die filmsterren als Emma Stone niet kunnen weerstaan.  Ook in deze couture collectie staat vrouwelijkheid op een voetstuk. De soort vrouwelijkheid waar ook kleine meisjes zich in kunnen herkennen die nog volop in bomen willen klimmen. We gaan terug naar een kinderlijk paradijs waar logisch denken gewenst is: een pragmatisch sprookje.

Je zou denken dat, bij zo’n geweldige baljurk achtige rok vol roze dromen en ronddraai-mogelijkheden, je eerst pijn moet lijden door jezelf in een korset te rijgen. Of je top steeds omhoog te moeten hijsen omdat je twee vriendinnen er anders uitvallen. Maar niks bleek minder waar. Giambattista Valli, als de aardige God die hij is, dacht na over de onhandigheid van dit soort praktijken en maakte het makkelijk voor ons: alledaagse blousejes en poloshirts. Comfortabele tops die we elke dag dragen komen bij de waist samen met de dromerige rok van chiffon lagen. Samen met de rommelige bandana en casual zonnebril lijken de modellen gewoon langs te lopen, op weg naar werk of koffie in de stad.

De jurken brengen een vorm van alledaagse pragmatiek en bijzondere sprookjes bij elkaar. Ze zijn deel van een groter geheel. We willen allemaal weer dromen van een fijne toekomst, een beter heden. Dromen zijn het begin van verandering! Toch worden we, door alle ellende uit de geschiedenis en zelfs het heden, met twee voeten op de grond gezet. Dromen zijn leuk, maar het echte leven heeft verandering nodig. En deze verandering breng je niet door alleen maar te dromen op je grote roze wolk. We moeten werken, regelen, bewegen om verandering te brengen. Handen uit onze mouwen steken en vies worden om dromen werkelijkheid te maken. Dat symboliseren deze jurken. We dragen onze dromen letterlijk om ons lichaam en spreiden zich langzaam uit naar anderen. We houden echter het hoofd koel en weten dat alleen dromen niet genoeg is. In de jurken van Giambattista Valli vinden we het heden: een pragmatisch sprookje die we allemaal uit willen zien komen. En dat is de betekenis van kleding. Onze dromen, onze identiteit, op onze huid dragen.

 

- Illustratie door Mirjam Odijk

VERANDERING

VERANDERING

Met een blik vol gedachten staar ik naar rustgevende golfjes. Schepen en bootjes varen over de waterweg. Met een witte koptelefoon op mijn hoofd zoek ik troost die niet te vinden is. Met muziek wordt de wereld bijzonder. Muzieknoten kleuren de weg, je ogen bepalen de lijnen. 

 De piano klinkt als de golven, vol rust en stilte. Het staart, samen met mijn in-gedachten-zijnde ogen, naar oneindige beweging in het water. Vreemd, een massa moleculen met zoveel kracht. Zacht streelt een briesje mijn paarse haren terwijl de zon zijn best doet mijn huid bruin te kleuren. Wanneer ik op kijk zie ik talloze schepen, boten en bootjes langsvaren. Plezier, werk. Levens worden geleid en blikken worden gekruist. Mooie strijkers pakken de comfortabele glimlach in, even sluit ik mijn ogen in tevredenheid. De wereld draait maar ik voel de stilte, het moment. Wanneer de muziek als een zachte deken aanvoelt, als het fijne briesje, neemt ‘The Golden Age’ je mee.

Denderende trommels klinken. Blijdschap, het ‘at ease’ zijn, wordt verstoord door onrustige stokken die heen en weer slaan. Het voelt als een achtervolging door een grote groep op hol geslagen beesten, even weet je niet waar je naartoe moet of wat je moet doen. Je kijkt om en ziet donkere wolken verschijnen. De onrust, de donder, de lichten, ze stralen grootsheid uit. Dat wat je niet kan bevatten. Het dreigt je te verstikken, te overspoelen. Het dreigt teveel te worden. Je kwetsbaarheid wordt pijnlijk duidelijk, maar alles wat je kan doen is het laten gebeuren. Het is wat het is, de overspoeling moet gebeuren. Je moet je overgeven aan het allesheid.

Ergens in het verhaal komt het moment, ergens geef je je over. Ergens is de paniek voorbij. Ergens zal het nooit meer hetzelfde zijn. Het is veranderd, om niet meer terug te gaan. De blazers spuiten enige positiviteit uit, het lijkt je weer in rustig vaarwater te brengen. Met een dubbel gevoel kijk je naar een wereld die is getransformeerd. Om nooit meer terug te keren. Iets is verloren. De rust is wedergekeerd om een andere wind met zich mee te nemen. In de verte schijnt de zon zijn kracht over mijn voeten die in het water rusten. Met een intense blik ben ik bewust van de wereld en zijn hardheid. Het leven gaat door, maar nooit meer hetzelfde. 

Naar Huis

Het is laat. Vermoeid loop ik uit het station van Amersfoort de donkere straten op. Het is een eindje lopen, daar heb ik me op voorbereid. Met een witte koptelefoon ga ik de strijd der verveeldheid aan. Met muziek wordt de wereld bijzonder. Muzieknoten kleuren de weg, je ogen bepalen de lijnen. 

De constante bass drum bepaalt mijn snelheid. Heen en weer wiegt mijn hoofd terwijl ik de straten observeer. De denderende bas voelt diep, strijdlustig. Het spreekt moed in. Een dappere strijder, waarin ik ben getransformeerd, draagt een besmeurde Waylon hoed, een lange zwarte jas van dunne stof en loopt op afgetrapte zwarte Vans. Ik voel me enthousiast, wat waarschijnlijk ook van mijn gezicht is af te lezen. Mensen die terugkomen van een after-work borrel kijken namelijk een beetje verrast. Ze verdwijnen als snel van mijn podium. De strijder vervolgt zijn weg op de constante bass drum, het ritme van zijn weg, zijn bestemming.

‘Can you feel it coming back?’ De strijd ligt ver. In het verleden. Tijdens mijn over-toegewijde playbackshow verschijnt er bij het woord ‘feel’ steeds een lach. Het woord leent zich er goed voor, het hoort bij de overwinningsmars waar de strijder van geniet, van voedt. De straatlampen van de recht-door-zee en altijd saaie weg van het station naar het hart van Amersfoort veranderen in fakkels. Ze zijn de punten van herkenning. De strijder weet dat hij goed gaat, dat ik goed ga. 

De weg is, naast de after-work borrelaars en drie bussen die zich haasten naar hun eindbestemming, een wit doek voor mijn interpretatie. De brede straat, die zich heeft onderverdeeld in een voetganger pad, breed fietspad en autoweg waar op geraced kan worden, is van mij. Van de strijder. Ik fantaseer dat ik midden op de straat loop, geheel in teken van de terugkeer. ‘We are coming home’. De galm in de verschillende lagen benadrukt mijn stemming. Het voelt goed om richting huis te zijn na een lange dag. Terwijl ik de lange weg inruil voor de kleine bochten en straatjes van het Amersfoortse centrum verandert Home in een Jimi Hendrix nummer. De strijd is gestreden. Ik ben er.