Herfst

Het is 17.00 en de lucht wordt al donker. Het regent pijpenstelen terwijl verkopers beteuterd in de ingang van hun lege winkels staan. Winkelend Utrecht rent door de straten op zoek naar beschutting of om sneller thuis te komen, waar het warm is. Ondertussen zit ik thuis en bekijk ik de binnenstad opnieuw. Onder bliksemschichten zie ik buren hun leven lijden en hoor ik druppels tegen de ramen slaan. Herfst is gearriveerd en Utrecht transformeert. 

WAAROM KIJKEN OUDE MENSEN NAAR BOUWPUTTEN?

‘’Oh, wat gaat de tijd toch snel. Die gezellige dronken avond is alweer twee weken geleden!’’ Een dergelijk klaagzang sproeien mijn vrienden minstens één keer per week uit als we elkaar een tijdje niet hebben gezien. Veel van ons hebben drukke levens en zijn altijd onderweg. Stil staan is eigenlijk nooit echt een optie, of een prioriteit. Maar niet iedereen zitten in deze situatie. Sommige mensen zitten en kijken gewoon. Kijken naar bouwputten. Deze mensen zijn vooral oude mensen. En deze mensen zijn vooral oude mannen.

Het fenomeen trekt al een tijdje mijn aandacht. Door mijn vele (trein)reizen kom ik in vele steden. En in steden wordt altijd wel gebouwd. In Enschede, al een tijd terug, werd het Van Heekplein verbouwd. In Nijmegen werd plein 1945 onder handen genomen en nu is ook het stationsgebied in Utrecht al een tijd onder constructie. Immense bouwputten waar maanden niks lijkt te gebeuren zijn vaak plekken die we juist willen vermijden. Er staan nog geen mooie gebouwen, er zijn nog geen interessante plekken en je mag er bovendien niet in. Het is een groot, afgezet gebied vol zand en rare apparaten die zand van de ene kant naar de andere kant vervoeren.

Toch trekken deze bouwputten behoorlijk wat aandacht van onze grijze stadsgenoten. Vroeger stond mijn overgrootvader al urenlang aan de zijkant van een bouwplaats te kijken. Gewoon te kijken. Helaas heb ik nooit gevraagd waar hij precies naar keek en wat hij leuk vond aan het kijken naar een bouwplaats. Ook nu word ik er weer dagelijks mee geconfronteerd als ik door Hoog Catharijne, in snelwandel-modus, naar de trein of supermarkt loop. Een handjevol grijs behaarde mannen zitten op bankjes naar de grote bouwput te kijken. Elke keer vraag ik me af wat ze precies zien en of er echt wat gebeurd wat interessant genoeg zou zijn om voor te stoppen en naar te kijken.

Zou het liggen aan onze generatie? Aan de snelle manier waarop wij informatie tot ons krijgen en constant geprikkeld worden door beelden op internet en andere media? Zijn wij incapabel geworden om gewoon te zitten en te kijken naar iets, ook als er niet echt wat gebeurt? Kunnen wij gewoon zitten en kijken als er geen diepgaande filosofische gedachte achterzit, of als het geen conceptueel kunstwerk is? Of ligt het aan mij en zie ik gewoon de rauwe schoonheid van grote bouwputten over het hoofd? Of misschien het feit dat onze generatie niet meer ‘echt’ met onze handen werkt en daardoor dergelijke taferelen niet kan waarderen?

Ik heb de enorme drang om mijn objecten der bewondering aan te spreken en ze uit te laten leggen waarom ze naar bouwputten kijken. Maar om welke reden dan ook waan ik me liever in een eeuwige staat van verwondering. En hoop ik dat onze generatie, als wij later oud en grijs zijn, deze verwondering kan opwekken bij nieuwe generaties. Dat we kunnen zitten en kijken, dat het komt met de leeftijd en dat jonge generaties net zo verwonderend kijken als ik nu. Misschien ligt bij het verwonderen, het opmerken en het nadenken de sleutel. De sleutel tot het gewoon zitten en kijken.  

‘’Mystery is the catalyst of imagination, and maybe there are times when mystery is more important than knowledge.’’ – J.J. Abrams

Platinablonde ontsnapping

De jaren ’10 van deze eeuw zijn tijden vol verwarring. We hebben er onze missie van gemaakt de wereld beter maken voor aankomende generaties. Daktuinen vol eigen groente, plastic flesjes hergebruiken en toch verdomme dat gat in de ozonlaag herstellen. Maar met deze verantwoordelijkheid komt ook grote druk. We willen het zo goed doen, maar zijn ook best streng voor onszelf. Om even op adem te komen brengt modemerk Moschino, met de lente/zomer collectie voor 2015, een reden om weer eens schaamteloos te consumeren. We duiken in ons roze verleden met een (bijna) vergeten icoon van de 19e eeuw: Barbie.

‘’She’s a good big sister, she’s had every job in the world, worn every outfit. And it’s just joyful. We just want to bring joy to people.’’ Jeremy Scott werd in 2013 hoofdontwerper van het Italiaanse modehuis en, met zijn eerste collectie afgelopen februari, als instant succes benoemd. Cultuuriconen en bekende merken zoals Spongebob Squarepants en McDonald’s werden heruitgevonden op truien, schoenen en tassen die niet zijn aan te slepen.

image

De collectie voor de lente van 2015, die afgelopen donderdag werd onthuld, had maar één icoon als inspiratie en werd op grandioze wijze tot leven geroepen. Barbie, de inmiddels 55-jarige pop die niet meer weg te denken is uit de jeugdjaren van meerdere generaties, werd geëerd in een tijd van digitale dominantie. Als een kind zat ik de show van Moschino te aanschouwen en kon mijn hoge kreten van enthousiasme en instant verliefdheid niet inhouden. Wat maakt deze collectie, en daarmee Jeremy Scott als hoofdontwerper bij Moschino, zo’n succes?

Ten eerste kunnen we stellen dat deze merken en iconen (Barbie, McDonald’s en meerdere) deel zijn van een wereld waar we misschien een beetje van weg proberen te komen. De tijd van het postmodernisme, kapitalisme, consumeren en commercie. Zoals de postmoderne filosoof Jean Baudrillard omschrijft: ‘’The main goal [of postmodern culture] is not to inform or express, but to be consumed.’’ Hoewel het postmodernisme ook hele andere kanten had, zoals de feministische golf, werd de tweede helft van de vorige eeuw vooral gekenmerkt door het consumeren.

Barbie staat symbool voor deze tijd en is een groot succesverhaal. De plastic dame met roze slipbacks en vriendje Ken domineert sinds 1959 de slaapkamer van jonge meisjes en werd keer op keer heruitgevonden. Dit varieerde van haar huis tot verschillende banen waar weer talloze outfits bij hoorden. Zo werd Barbie niet alleen een icoon, maar ook een industrie.

image

Nu, in het jaar 2014, zitten we in andere tijden. Er is ruimte voor informatie, diepgang, idealen en een narratief. De samenleving kan niet meer terug naar die ietwat platte realiteit, omdat we inmiddels zien dat dit geen realiteit is waarmee we een toekomst zouden kunnen hebben. Er is ruimte voor verandering, kracht en initiatief, alles om te detoxen van kilo’s McDonald’s en andere rotzooi.

Maar soms is zo’n kleffe hamburger, of die veel te zoute frietjes, toch nog te lekker. En soms is de platheid van Barbie, met het platinablonde haar en fuchsia roze ensemble, te leuk om te laten staan. Soms hebben we gewoon even een break nodig om weer even het onverantwoordelijke kind uit te hangen die graag mooi wil zijn als Barbie. En kopen alsof ons leven ervan af hangt.

Het was dan ook een droom die uitkwam, de modeshow van Moschino. Tientallen modellen met grote, felgekleurde plastic kettingen, even grote plastic oorbellen en de ene over the top outfit na de andere. Zo blij dat je er bijna een intellectuele quote tegenaan wil gooien om de balans terug te vinden. Maar Moschino geeft je geen kans. Glitter, pailletten, badpakken, plastic in schreeuwende kleuren in de meest bizarre vormen die de realiteit lijken te ontspringen. En dat is nou precies de bedoeling. Moschino biedt ons niet alleen geweldige kleding, maar ook een ontsnapping aan onze dagelijkse verantwoordelijkheden. Een ontsnapping aan onze volwassen ik en de kans om gewoon weer even die trashy, over the top en inner diva uit de kast te halen. Als Barbie het na 55 jaar nog kan, waarom wij dan niet?!

image

Natuurlijk ben ik, terwijl ik vol enthousiasme al de Iphone 5-cover in de vorm van een Barbie spiegel in mijn digitale winkelwagentje heb liggen, volledig op de hoogte van deze schijnrealiteit. Er kan ook veel kritiek geleverd worden op de collecties onder Jeremy Scott. Barbie komt al jaren in opspraak door haar onrealistische maten en modellen die McDonald’s truien dragen? Ironischer kan het bijna niet.

Onze tijd kenmerkt zich dan ook in de spanning tussen deze twee werelden. Het willen veranderen, kritisch kijken en niet zomaar doen wat grote coöperaties of de overheid aandragen, is belangrijk om de wereld te genezen van uitputting. Daarnaast hebben we de behoefte, en bijna de romantische drang, aan kinderlijkheid en het toegeven aan alle impulsen die daarbij horen. De collectie van Moschino is, voor menig vrouw/meisje/mens, de perfecte gelegenheid om even in die wereld te duiken en te dromen van een perfecte Ken, de perfecte jurk en het perfecte platinablonde haar. Niet om daarna jaloers te zijn op dit belachelijke schoonheidsideaal waar we allang overheen zijn (hoop ik), maar om terug te denken aan de lieflijke onwetendheid en vrolijkheid die Barbie symboliseert. Dat maakt haar uiteindelijk ook het krachtige icoon waar we al 55 jaar plezier mee beleven. 

Tijdens je puberteit heb jij er vast ook meerdere gehad. We kennen die periode allemaal. Je ouders hebben altijd hun mening klaar over wie er bij je past en met wie ze je liever niet zien. Op dat moment heb jij er gewoon schijt aan. Je vindt ze gewoon allemaal leuk en hebt iedereen graag om je heen. Dik, dun, zwart of licht; het is allemaal oké. En dat is het ook. Ik keek laatst nog in een oud dagboek, waar je trots foto’s had geplakt van schooldisco’s, de hangmomenten in de aula en verkleedpartijen op je slaapkamer. Ze kwamen allemaal langs, en overal keek je even blij. Maar naarmate iemand ouder wordt, de middelbare school verlaat en aan een nieuw leven begint zal niks meer hetzelfde zijn.

Met sommigen zal het contact verwateren. Wat dan uiteindelijk overblijft is een herinnering, ergens achter in je kledingkast. Een doos vol met stoffige vervlogen dagen waar je met een glimlach op terug kijkt. Maar anderen overleven de tand des tijds. Dealen met je driftigheid, heerlijkheid, spontaniteit en kwaadheid. Dealen met je weglopen, je schreeuwen, je huilen en je constante drang om getroost te worden. En eerlijk, soms zullen zij het ook even zat zijn. Soms zullen ze je gewoon een kutwijf vinden en kapot willen scheuren van frustratie. Maar dan herinneren ze zich dat jij er ook voor hen bent. Wanneer ze donker zijn, onuitstaanbaar en hilarisch. Wanneer ze iemand nodig hebben om bijna in hen te kruipen, mee te nemen en de wereld te laten zien. Deze zullen je voor altijd volgen, omdat ze gewoonweg passen.

Je wilt geen stiefkinderen maken, maar die ene is toch altijd wel speciaal. Ze is diegene waar je alle ups en downs mee deelt. Terwijl je zenuwachtig bent voor je eerste afspraak met die leuke jongen stelt zij je gerust. Wanneer je een sollicitatie hebt en heel, heel graag die leuke baan wilt zal ze je steunen, door dik en dun. Ze zal zich aanpassen aan je leven, je tijden en je identiteit. Want die laatste is ook door de jaren veranderd. Zij is dat ook. Ze heeft de nodige littekens opgelopen maar draagt deze met trots. Ze had dan ook door de jaren heen meerdere keren een welverdiende vakantie nodig en ging met de zon ervandoor. Dan heb je je soms misschien kaal gevoeld en gehoopt dat ze snel terug zou komen. En dat deed ze.

Nu is iedereen druk bezig. Ze hebben natuurlijk ook hun eigen leven. Of dit nu betekent dat ze aan het chillen zijn in hun eigen dozen van leven of even hun loyaliteit aan anderen uitlenen, dat maakt eigenlijk niet uit. Het is belangrijk, voor mij en voor jou, om te realiseren dat ze er altijd zullen zijn. Hoewel ze soms de bloed onder je nagels vandaan kunnen halen en gewoon irritant kunnen doen, ze zullen er altijd zijn. Ze hangen rond, met allemaal een eigen persoonlijkheid, als stoffige herinneringen die je meeneemt in je dagelijkse leven. Vandaag dragen zij en ik onze harten naar buiten. Tegen een lichte achtergrond beginnen we onze dag, mijn speciale panty en ik. 

ONS LEVEN IS ALS DE TITANIC

We zitten midden in het romantische epicentrum. Jack en Rose hebben zich overgegeven aan de passie, hebben de liefde bedreven en hebben soort van gevlogen over zee. Je weet dat het eraan gaat komen, maar nog even niet, want op dit moment ga je zo mee in het geluk van de jonge geliefden dat hij alsnog als een bom inslaat. De ijsberg der realiteit. Die berg van bevroren water komt langs en alles verandert. Mensen raken in paniek, mensen gaan dood en de liefde is pats boem, voorbij. Studenten zijn een beetje als Jack en Rose. De studententijd is een beetje als het liefdesgeluk van de twee hoofdpersonages uit de film Titanic. Ik zit echter op dat punt in de film, waar de ijsberg net in is geslagen en blinde paniek langzaam komt opzetten.

Misschien weet je nu al wat ik bedoel. Dan ben ik aan de ene kant blij, maar aan de andere kant ook niet. Dat betekent nog meer mensen waar ik in de toekomst tegenop moet boksen. Dat betekent dat jij wil wat ik wil, dat jij en ik in dezelfde slop zitten of strijden om die deur om op te overleven. Maar voor nu heb ik ook een beetje medelijden met je, want het is niet makkelijk. De comfortabele en zekere tijden van het studentschap zijn voorbij. Je hebt je laatste eerste schooldag gehad. En die komt niet meer terug. Je hebt geleerd en nu wordt het tijd om alles wat je weet om te zetten in een baan. In een fijn huis, in mooie reizen en vooral, zekerheid.

Die zekerheid is even ver te zoeken. We zitten tenslotte op een schip die net geraakt is door een fucking ijsberg. Water stroomt naar binnen, schoolroosters blijven uit en banen net zo. Waar gaat het naartoe? Gaan we zinken? Leef ik straks nog? Kunnen we nog een keer seks hebben, vraagt Jack zich af? Die staat van realisatie, op het randje van blinde paniek, is gearriveerd. Alles is anders na dit moment, of het nu goed komt of niet. Of ik nu een baan vind waar ik mijn ei in kwijt kan of eeuwig in die gehaktballenfabriek blijf werken wat niet de bedoeling is.

In een zwak moment bel je dan misschien wel je moeder. En misschien lig je wel huilend in bed om 01:00 ’s nachts te jammeren dat het zo moeilijk is en dat het allemaal onzeker is. De fijne doch naïeve woorden van moeders hebben op zo’n moment een magische werking. Ook al weet je dat je moeder de meest subjectieve mening heeft als het gaat om haar geweldige kind is het toch fijn om te horen dat iemand trots op je is, iemand je uniek vindt en dat iemand je laat weten dat het toch echt allemaal goed komt. Of je nu even zinkt of niet, er is altijd wel een deur om op te overleven. Want de Titanic had heus wel meer dan één deur op het schip. Spielberg, kom op.

Dus wat nu te doen? Afwachten tot het schip volledig zinkt en meegaan in de stroom der verderf of vechten om een plaats op de veilige sloppen? Ik zeg geen van beide. Op een zinkend schip zitten is geen ideale situatie, maar niks is onmogelijk. We moeten de fijne, romantische en zekere tijden van Jack en Rose meenemen om die vindingrijkheid en positiviteit te behouden. We vinden onze eigen deur, we vinden ons eigen lot en weg. We zullen vast even mee worden gezogen in de immense kracht van alledaagse rotheid. Maar, en dit is belangrijk, zonder onze creativiteit en vastberadenheid zullen we die deur in dat ijskoude water nooit vinden. 

De jongen in Ekko

Ja, ik ken hem van eerder. Niet vroeger, maar eerder uit mijn leven, nog niet zo lang geleden. Dus niet van vroeger, maar eerder. Ik ben hem, na die ene avond in de Ekko, vaker tegen gekomen wat eigenlijk niet de bedoeling was. Maar belachelijk met onze konten schudden in een fijne beschonken staat kan nu eenmaal alleen maar in de Ekko, waar mijn vrienden en ik al zoveel fijne herinneringen hebben. Hij hoort bij een van die beschonken herinneringen. Ongemakkelijk? Ja. Heb ik genoeg wijntjes op om toch lekker te dansen en te doen alsof hij niet bestaat? Jazeker!

Zijn bestaan als ‘die jongen van eerder’ verandert op deze avond in een geconcentreerde observatie. Mijn glitterjurk en pofmouwen, rechtstreeks uit de jaren tachtig, creëren genoeg afstand om objectief te kunnen kijken naar zijn gedrag, wat symbool lijkt te staan voor algeheel mannengedrag vanavond. Een verslag van mijn observatie, misschien soms toch niet zo objectief als beloofd. Maar toch. 

Jongen in Ekko observatie

Met een biertje in zijn hand loopt hij (alleen) door de danszaal. Het is lastig vanavond. De dames zijn veelal verzameld in groepen. Strak geformeerd in rondjes bestaat de avond van het vrouwelijke geslacht vooral uit dansen, lachen en roddelen. Hij heeft zijn jas, die geschikt is voor niet-zomer-maar-ook-geen-winter weer nog aan, wat een snelle exit (met of zonder succes) uit het gebouw verzekert. Speurend kijkt hij rond terwijl hij nipt aan zijn biertje. Ik vraag me, met verbazingwekkend echte verwondering af: wie gaat het worden vanavond? Het is als een WK wedstrijd voetbal kijken. Je geeft niet er niet echt om, maar als je eenmaal kijkt ben je totaal into the game.

De kuddes vriendinnen maken het moeilijk een prooi te onderscheiden van de groep. De dames lijken niet zoveel zin te hebben in een mannelijke toevoeging en gunnen hem dan ook geen blik waardig. Een medejager lijkt even geluk te hebben met één uit de cirkel die voor mij danst, maar de meid in kwestie trekt zich gauw terug en praat uitbundig met haar bestie. De jongen blijft nog even staan maar ziet al gauw zijn verlies in en trekt, met wonden van de strijd, zich op zijn beurt terug in de mancave waar een biertje voor hem klaar staat.

De jongen die ik ken van eerder heeft deze mannelijke buffer niet bij zich vanavond. Hij werkt alleen, waar een bepaalde moed nodig heeft die ik ook wel weer kan waarderen. Hij maakt nog een rondje en ziet dan zijn prooi. Een volle dame, die tegen het podium staat en kijkt naar de menigte, trekt zijn aandacht. Ze is alleen. Bam, game mode on. Ik zie ze in gesprek en weet niet of ik moet blijven kijken of dat ik snel moet zappen. Zijn prooi wordt langzaam zijn val in gelokt, met een grote glimlach op haar gezicht. Ik glimlach ook, heb er vrede mee en neem een slokje van mijn water. Het is tijd om terug te keren naar mijn eigen val, waar mijn veroveraar in bed op me ligt te wachten. Het is tijd om terug te keren naar mijn eigen hol, waar mijn prooi in bed op me ligt te wachten. Het is maar hoe je het bekijkt. 

Een middag van toekomst en heden, verleden en nog meer. 

Een middag van toekomst en heden, verleden en nog meer. 

Blauwe clipboards

Daar staan ze dan. Gewapend met helsblauwe clipboards en lang, blond, golvend haar. Klaar om mensen het leven zuur te maken, wat ze stiekem ook heel vervelend vinden. Tenminste, dat kan ik alleen maar hopen. Veel zin lijken ze er in ieder geval niet in te hebben. Misschien nog een beetje brak van een zwoele augustusnacht? Misschien gewoon dagdromend, hopend op een betere toekomst wanneer ze na een vierjarige opleiding met een papiertje ‘de grote mensen wereld’ ingaan? Lusteloos krioelen ze rond. Een duidelijke positie innemen op dit kruispunt, midden op een drukke winkelstraat in het centrum van Utrecht is ook nog erg lastig. Twee van de drie blonde clipboard houdsters staan naast elkaar, net dicht genoeg bij elkaar om te kletsen maar ver genoeg om één persoon erdoor te laten. Het resultaat is dat kleffe stelletjes, moeders met dochters en kameraden kort hun moment samen moeten onderbreken om de dames te omzeilen. En maar hopen dat oogcontact uitblijft. Een dame loopt alleen langs, een makkelijk prooi. Het blonde meisje met een knotje loopt op haar af met voorzichtige stappen. Ze weet het antwoord al, de dame die alleen loopt ook. Erg doortastend is knotje dan ook niet. Een ‘nee, bedankt’ of ‘nee, sorry, heb haast’ is al vaak genoeg. Samen lopen ze rond op het kruispunt, midden op een drukke winkelstraat in het centrum van Utrecht. Nog een uurtje, dan haastig boodschappen doen en het weekend vieren. 

Man voor de Febo

Met een lepeltje schept hij voorzichtig kleine hapjes uit het bakje met softijs. Het houten bankje voor de Febo leent zich perfect voor het ‘’alleen-door-de-stad-slenteren-en-mensen-kijken-gedrag’’. Je moet goed kijken om het te zien, maar hij heeft donkerblauwe sandalen met precies dezelfde tint donkerblauwe sokken aan. Want dat zit gewoon lekker. En hij heeft waarschijnlijk geen 20-jarige neefjes of nichtjes om hem kleding- en schoeiseladvies te geven. Wel heeft hij een televisie waar hij vanochtend het nieuws op keek. Tijdens het weerbericht waarschuwde de weerman (die ene die eerst een snor had en nu niet meer) voor de gevaren van de nu nog helder blauwe lucht. Vanmiddag werd de kans op een bui groter. Daarom heeft hij niet alleen een donkerblauwe polo met wat kleurige horizontale streepjes  aangetrokken, maar ook een donkerblauwe bodywarmer. Voor het geval dat. Na tien minuten rondkijken vanaf het houten bankje voor de Febo drukt hij zijn bril zonder montuur stevig op zijn neus en kijkt hij op zijn horloge. Gretig neemt hij nog een paar happen uit het bakje softijs, staat op en loopt happend weg. Gauw naar huis, de vissen hebben nog geen eten gehad vandaag en het aquarium moet nog schoon gemaakt worden. Daarna zal hij genieten van een gekookte aardappel met een willekeurig stukje vlees en groente. Met jus uiteraard. Intussen kijk ik naar een leeg houten bankje voor de Febo. Ik besluit verder te gaan met mijn dag.